Ingrijpen in Syrië: waarom wij weer?

Dilemma – Vorige week leek het zo klaar als een klontje. De Verenigde Staten zouden Syrië aanvallen om president Assad te straffen voor zijn gifgasaanval. En liever nog vandaag dan morgen. Maar in een week tijd is er veel veranderd en staan de zaken er weer heel anders voor. Wat zouden Amerikaanse jongeren ervan vinden als hun land ingrijpt in Syrië? 7Days ging de straat op in Kensington (vlakbij Washington) en vroeg het hun.

Door Ilse van Heusden

Dit artikel verscheen in september in 7Days (deel 1 en deel 2).

Sabra (12 jaar) (zie foto)
‘Na de oorlog in Irak willen we geen nieuwe oorlog meer. We hebben de situatie toen verkeerd ingeschat. We zeiden dat de Irakezen massavernietigingswapens hadden, maar dat klopte niet. Irak heeft ons erg veel geld gekost en er zijn veel mensen doodgegaan. Daarom moeten we nu oppassen. Hoe weten we dat het de Syrische overheid was die chemische wapens heeft gebruikt? En als dat waar is: waarom grijpen andere landen niet in? Waarom moeten wij het altijd doen? Ik zou nu geen president willen zijn, die baan hoef ik niet. Het enige wat ik als Amerikaans president zeker zou weten, is dat we niet in een nieuwe oorlog terecht moeten komen. Ik ben uit principe tegen elke vorm van geweld.’

Harry (16 jaar)
‘Ik vind het verschrikkelijk wat er gebeurd is in Syrië. Het had absoluut niet gemogen. Het is niet goed dat er onschuldige mensen sterven. Ik denk dat we moeten helpen. Het klopt niet dat die Assad dit zijn mensen aandoet, alleen maar omdat het kan. We moeten dit laten stoppen en president Obama moet sneller handelen. Ik weet alleen niet zo goed hoe we moeten ingrijpen. Misschien moeten de Verenigde Staten de gifgasaanvallen laten ophouden en Syrië aan een nieuwe leider helpen. Ik weet niet precies wat ik ervan moet denken: zullen Amerikaanse bombardementen de situatie voor de Syriërs beter maken of slechter?’

Kurt (16 jaar)
‘Voor school moesten we de afgelopen weken een columnist volgen in de Washington Post, de krant hier. De columns gingen vooral over Syrië, dus heb ik er veel over gediscussieerd met mijn klasgenoten. Toen ben ik tot de conclusie gekomen dat we de Syrische burgers eigenlijk wel moeten helpen. Kijk naar de foto’s van die gifgasaanval: het slaat echt nergens op om kinderen bij dit conflict te betrekken. Als de Syrische overheid echt chemische wapens heeft gebruikt, hebben de burgers onze hulp nodig. Daarvoor wil ik wel wat meer bewijs horen: dat ze keer op keer die wapens hebben ingezet. Als blijkt dat Assad geen chemische wapens heeft gebruikt, dan moeten we ons met onze eigen zaken bemoeien.’

Margaret (12 jaar)
‘Ik weet niet wat Amerika zou moeten doen. We zouden geld kunnen sturen, en medicijnen en dokters. Misschien moet het leger ook wat doen, maar niet te veel. Het is verdrietig en eng wat er in Syrië gebeurt. Verdrietig om te bedenken dat die mensen zijn gebombardeerd om niks. Eng omdat ze lagen te slapen en hun huizen werden beschoten. Eerlijk gezegd ben ik er zelf niet zo mee bezig, maar ik ontkom er niet aan. Mijn vader is godsdienstleraar. Daarom praten we thuis wel over zulke dingen. En we kregen op school huiswerk voor tijdens de zomervakantie, één van de opdrachten was het nieuws volgen. Dus ik heb de hele zomer beelden zitten kijken van de Syrische burgeroorlog.’