Indianen koesteren verdrag met Nederland

Onondaga-indiaan Sid Hill heeft een lange zwarte vlecht, met een paar grijze haren ertussen. Hij staat aan het hoofd van de verschillende Irokezen-naties. Voor ceremoniële gelegenheden dost hij zich traditioneel uit. Nu draagt hij een zwart T-shirt met een afbeelding van een verentooi. In het ‘langhuis’, een houten gemeenschapsgebouw op het Onondaga-reservaat in de staat New York vertelt hij bedachtzaam over de ontmoeting tussen zijn volk en de Nederlanders, 400 jaar geleden. „Toen wij sterk waren, zorgden we voor de Europeanen. Toen zij sterk waren, wilden ze van ons af.“

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad

„Onze voorouders zeiden 400 jaar geleden: we hebben het even aangekeken en het lijkt er niet op dat jullie gaan verdwijnen. Toen hebben ze een verdrag gesloten met de Nederlanders. Hoe we zij aan zij zouden leven en de ander zouden respecteren: elkaars geloof, taal en cultuur.” Dat verdrag werd de basis van het zogenoemde Two Row Treaty, dat 400 jaar geleden gesloten werd tussen de Irokezen en de Nederlanders, de eerste Europeanen met wie ze in aanraking kwamen. Om het jubileum te vieren vaart een groep Amerikanen, indianen en Nederlanders dezer weken de Hudson-rivier in het oosten van de Verenigde Staten af. Vandaag komen ze aan in de stad New York, voor een feest dat ook door Nederlandse autoriteiten wordt meegevierd.

Het idee voor de boottocht is ontleend aan een afbeelding van de Two Row Treaty: een lange baan witte schelpen, met daartussen twee paarse rijen. Naar indiaanse uitleg staat dat voor twee volken die in harmonie de rivier afvaren in hun eigen boot – de indianen in hun kano’s, de Europeanen in hun zeilschepen – en niet in elkaars vaarwater komen. Maar de festiviteiten rakelen ook op dat het zo niet is gegaan. De aanvaringen tussen de Europese en oorspronkelijke Amerikanen lieten nog lang niet-opgeloste sporen na.

De gedoemde geschiedenis met de oorspronkelijke bewoners van het continent ligt gevoelig in Amerika. Indiaan mag je niet zeggen, wel ‘native American’, geboren Amerikaan. Een stam heet een natie, een reservaat is een land. Daar heeft Monica Silverio geen last van. De 21-jarige inwoonster van Onondaga kan in tien minuten een lesje Indianencultuur geven. De ‘res’, dat is het reservaat. Ze zegt: „Mijn opa is helemaal ‘ressed out’. Het reservaat verlaat hij nooit. Hij heeft geen rijbewijs, dat heb je hier op de res niet nodig. Gaat hij tanken dan parkeert hij zijn auto aan het einde van de weg, waar de grens is, en loopt met een jerrycan naar het tankstation.”

Het gebrek aan Amerikaanse wetten op het reservaat betekent dat de doorgaande weg een racebaan is, want een snelheidslimiet geldt er niet. Het weekend is berucht. Silverio: „Op donderdag worden de lonen uitbetaald, in het weekend wordt er gefeest, op maandag is iedereen blut.” Dat gaat met veel drank en drugs gepaard, „en je wilt geen dronken Indiaan tegenkomen.” Vierhonderd jaar geleden introduceerden de Europeanen alcohol bij de indianen, met desastreuze gevolgen. En nog: op indianenreservaten overlijden vijf keer zo veel mensen aan overmatig alcoholgebruik.

Ook Monica’s familie kent die problemen. „Mijn broer zit in de gevangenis omdat hij in een roes van pillen en alcohol een wapenwinkel heeft overvallen. Mijn moeder zwerft als junk door de stad.”Monica’s oma vond het beter dat haar  kleinkinderen in  de rust van het reservaat op zouden groeien. „Ik wil een huis voor mezelf bouwen, maar het reservaat heeft onvoldoende grond. We hebben recht op meer land. Vroeger was alles van ons.”

Jurist Joe Heath spreidt landkaarten uit op de veranda van zijn huis aan het Tully Meer. Hij behartigt de belangen van de Onondoga, en woont aan het water dat ooit aan de stam toebehoorde. Op de kaarten van de staat New York verdeelt hij het noorden in vijf stukken. „De stammen hadden het netjes verdeeld.” Maar hij moet er een gedetailleerde kaart bij pakken om de minuscule stukjes land aan te wijzen die de reservaten zijn. Over dat verschil maakt hij zich kwaad. „Ze hebben land afgepakt.” En dus nemen de advocaten van de indianen het op tegen de advocaten van de staat New York om het terug te krijgen. Een symbolisch proces, want de kans dat dat gebeurt is nul, fluistert Heath, die de indianen heeft moeten overhalen om de strijd in de rechtszaal te voeren. „Het is niet onze manier van doen”, zegt Hill. „Wij overleggen liever en komen dan tot een overeenkomst.”

De diepe armoede die een groot deel van de Amerikaanse indianenreservaten treft, is aan Onondaga en andere reservaten aan de oostkust voorbij gegaan. Het lijkt meer op een rustig plattelandsdorpje, zoals er zo veel zijn in het noorden van de staat New York. Alleen zijn de huizen hier bijna allemaal trailers, de Amerikaanse stacaravan die geldt als het woonhuis van de armen. Er staan dezelfde brievenbusjes aan de weg als in het gegoede dorp ernaast, maar de vlag erboven is niet de ‘stars and stripes’ maar de paarse Irokezenvlag. Aan de rand van het reservaat is een smoke shop, een sigarettenwinkel met drive-in, waar belastingvrij sloffen sigaretten door autoraampjes worden aangereikt. Doordat ze niet onder Amerikaanse belastingregels vallen is de sigarettenhandel dé bron van inkomsten voor de Onondaga-Indianen.

Sommige inwoners werken in de nabij gelegen stad Syracuse. Silverio ook, en ze studeert er. Haar studiegenoten zijn verbaasd als ze horen dat ze in een indianenreservaat woont. „Wat? zeggen ze dan. Bestaat dat nog? Woon je in een wigwam? Heb je wel elektriciteit? Dan ben ik beledigd, net als wanneer mensen zich met Halloween als indiaan verkleden.” Ze voelt zich native, en ze herkent andere indianen, altijd en overal. „Aan hun accent, hun huidskleur. We groeten elkaar. ”Haar cultuur is vooral een gevoelskwestie. „Ik spreek de taal slecht, ik ben opgevoed als christen.” Als Silverio zich indiaan wil voelen, bekijkt ze op YouTube filmpjes van traditionele dansen.

Sid Hill is niet alleen leider van een aantal Irokezen-naties, hij waakt ook over het culturele erfgoed. „Hoe gaan we al die dingen overleven die de witte broeders ons gebracht hebben: school, kerk, alcohol, hun muziek?” Hij zorgt ervoor dat kinderen de Onondaga-taal leren. En als spiritueel leider gaat hij voor in diensten waarin hij de nadruk legt op de band met de natuur. „Het land is ons afgenomen, daar kunnen we niet meer van leven. Maar we danken de Schepper dat hij ons nog steeds liefde stuurt. Bij de viering voor de groei van de bonen zat het pas vol in het langhuis. Er werd gedanst. Onze traditie wordt sterker, de mensen komen terug.”

Two Row Treaty
Zo’n 400 jaar geleden kwamen de Nederlanders in contact met de Irokezen, een confederatie van indianenstammen in de huidige staat New York. De Amerikaanse historicus Jon Parmenter: „De Nederlanders probeerden even de koloniale overheerser uit te hangen, maar dat had weinig succes. Ook het bekeren haalde weinig uit. Uiteindelijk waren beide partijen tevreden met handel.” En kwam er een verdrag. Over dat verdrag is veel discussie. Taalonderzoekers ontdekten dat een geschreven versie van het verdrag onmogelijk 17de eeuws kon zijn. Het zit vol moderne woorden en Engelse termen. Indianenleider Sid Hill: „Wij hebben een orale traditie, verhalen werden doorgegeven, samen met de verdragsriem.” Zo’n verdragsriem, een ‘wampum’, is een kralenmozaïek met een afbeelding van de afspraak. De wampum van het verdrag met de Nederlanders is de beroemde Two Row Treaty, het Twee Lijnen-verdrag. Indianen zien het als de basis van alle latere afspraken tussen indianen en Europeanen, en later Amerikanen. Aan de discussie over de echtheid van het verdrag wijdt het in Nederland uitgegeven wetenschappelijk tijdschrift Journal of Early American History nu een nummer. In zijn bijdrage geeft Parmenter aan dat er vanaf 1656 schriftelijke verwijzingen zijn naar een verdrag. Andere onderzoekers schrijven dat het aannemelijk is dat verdragen pas na de oprichting van de West-Indische Compagnie in 1621 werden gesloten.