Bloedende knie in Amerika

Goedkope zorg in Amerika is efficiënt en twijfelachtig

Deze column verscheen op 1 november 2012 in NRC Handelsblad

Achter de shampoo en voorbij de pijnstillers bevindt zich een kamertje zonder deur met een bordje ‘Minute Clinic’. Het is de gezondheidskliniek van drogisterijketen CVS waar een verpleegster dagelijks spreekuur houdt. Wie over de drempel stapt, gaat van de overdaad aan gezondheidsproducten in de Trekpleister-achtige winkel naar de wereld van de zieken. Een vrouw met een gapend gat in haar knie probeert het bloed te stelpen met papieren zakdoekjes.

Het hokje is slecht verlicht en alle stoelen zijn bezet. Sommige mensen staan tegen de muur, wachtend op een teken. De deur van de behandelkamer blijft dicht. In plaats van een doktersassistente is er een scherm waarop ik mijn naam en adres intoets en de reden van mijn bezoek, een gezondheidsverklaring. De wachtenden om mij heen verschijnen als nummers met een voorletter. Wanneer kom ik: ‘13: I. Van Heusden’?

Geprivatiseerde zorg in Amerika betekent dat de keuze voor een zorgverlener weldoordacht moet zijn.  Goedkope zorg is efficiënt en twijfelachtig. Dure zorg is verwennerij met ondoorgrondelijke prijzen. In het duurste ziekenhuis van Washington is het altijd heerlijk rustig, zijn de kamers ruim, en de artsen aardig. Veel van de 49 miljoen Amerikanen zonder ziektekostenverzekering komen op beide plekken niet: geen afspraak met een ziekenhuisarts en geen inloopspreekuur bij de kliniek.

Presidentskandidaat Mitt Romney deed vorige maand een omstreden uitspraak in een televisie-interview. Hij zei dat er wel degelijk gezondheidszorg is voor de onverzekerden: de Eerste Hulp-afdeling van het ziekenhuis. Amerikanen zonder verzekering gaan voor alles, ook een griepje, naar de Emergency Room. Ziekenhuizen zijn verplicht hen daar voor niets te helpen. Zo is de Eerste Hulp tegelijk een peperdure vorm van zorg voor het ziekenhuis en de gratis dokter voor miljoenen. Wie onverzekerd is maar wel goedkope zorg kan betalen, of wie zoals ik weinig kwijt wil zijn aan wissewasjes die de verzekering niet vergoedt, komt uit bij de Minute Clinic.

Kliniek is een groot woord voor het groeiende aantal kamertjes dat overal in de VS opduikt in winkelketens als Walmart en CVS. Tijdens het winkelen en na werktijd, als de duurdere dokterskantoren al dicht zijn, kunnen klanten er terecht voor primaire zorg. Keelontsteking, vaccinatie, verstuiking en bloedonderzoek, somt het foldertje in de wachtkamer op. Dat klinkt als een huisarts, maar een huisartssysteem bestaat niet in Amerika.

Na drie uur wachttijd doet de verpleegster haar deur voor me open. Ze is ver boven de zestig, en ziet er vermoeid en verward uit. Voorzichtig vraag ik of er iets aan de hand is, dat het zo lang duurde. „Nee hoor, zo gaat het altijd”, zegt de verpleegster. Een gezondheidsverklaring? Ze wijst naar haar stoel, we moeten een beetje onhandig om elkaar heen manoeuvreren in de kleine behandelkamer en dan zit ik op haar draaistoel. Met harde knokkels ratelt ze over mijn ruggengraat. „Die is recht.”

Ze stelt een paar standaardvragen, en geeft zelf antwoord: „Rook je? Nee, vast niet.” Dan mag ik mijn credit card geven. Ik herhaal vragend het bedrag, 69 dollar? De verpleegster kijkt op: wil ik onderhandelen over de prijs? Ik ben niet de enige. Onderhandelen kan in Amerika overal, of het nu gaat om een telefoonabonnement of over ziektekosten. Pulitzer-prijswinnaar Amanda Bennett schreef een boek over het ziekbed van haar man en de ondoorgrondelijke prijzen van de zorg die hij kreeg. Volgens Bennett onderhandelen patiënten en zorgaanbieders, ‘als autoverkopers of Chinese straatkoopmannen: ze noemen belachelijke prijzen die niet op de realiteit zijn gebaseerd’. Maar de CVS-verpleegster weigert, de prijzen hier in de kliniek liggen vast, en voor gezeur heeft ze geen tijd. Het is inmiddels donker buiten en er zijn nog meer wachtenden.