Altijd bang

Een avondje werken aan zijn boek ‘Mijn tijdperk van angst’ zag er bij journalist Scott Stossel als volgt uit. Begin van de avond: cafeïne en nicotine om op gang te komen, met als bijwerking bevende angst, razende gedachten, trillende handen. Einde van de avond: de anti-eleptica Clonazepam, plus een kalmeringstablet, en een paar glazen whiskey om weer rustig te worden.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad en NRC Next.

Stossel, werkzaam bij het maandblad The Atlantic, heeft angst voor: kleine ruimtes, hoogten, flauwvallen, pleinvrees, bacteriën, kaas, reizen in het vliegtuig en overgeven. In de inleiding van zijn boek noemt hij de remedies die hij probeerde: een eindeloze lijst therapieën en een eindeloze lijst medicijnen. Niets hielp.

Met het boek probeert hij zijn angsten te accepteren en een antwoord te vinden op de vraag of hij ziek is. En Stossel plaatst de angstneurose in historisch perspectief: ,,In de 4de eeuw voor Christus zag Hippocrates angststoornissen als een medische stoornis, er moest iets mis zijn met de hersenen”, aldus Stossel. ,,Daarna kwamen de filosofen Plato en Kierkegaard die zeiden ‘nee, het is een spiritueel en filosofisch probleem.’ Toen was Freud er met zijn psychologische categorieën en onderdrukte gedachten. En nu zijn we weer terug bij af, bij Hippocrates. Het biologische, medische model domineert; het gaat nu vooral over hoe je het kapotte brein kunt repareren met medicatie.”

Op een avond na werktijd Stossel een rustige veertiger, in kaki broek en journalistenbrilletje. Zijn statige twee-onder-één-kap in Washington is vanbinnen een rommelig gezinshuis vol Lego, een kordate vrouw en een verharende hond. Neurotisch is hij hooguit als zijn snelle praten zijn denken niet bijhoudt en als hij frommelt met de tissue in zijn hand waarmee hij de keukenkastjes opent. Smetvrees, reden ook waarom overal in huis op strategische plekken papieren kotszakken uit het vliegtuig liggen opgeborgen, voor het geval dat, schrijft hij in het boek. Als Stossel op de bank neerploft verontschuldigt hij zich voor de chaos: de kinderen bouwen graag een fort met de kussens. De kat drinkt intussen van zijn glaasje water.

Ik had na het lezen van het boek een emotioneel wrak verwacht in een klinisch, schoon huis.

Ik heb heel veel verschrikkelijk angstige episodes doorstaan. De angst blijft, er draait een soundtrack van angst en angstige gedachten op de achtergrond, maar over het algemeen heb ik het onder controle. Er zijn een paar situaties die mijn angststoornis aanwakkeren. De tournee om dit boek te promoten was afschuwelijk. Ik heb de dosering voor mijn kalmeringstabletten omhoog gegooid en veel meer gedronken dan ik zou moeten. Dat is waar het gevaarlijk wordt, met een mix van medicijnen en alcohol die geen dokter ooit zou voorschrijven. Ik kan me achteraf niet herinneren wat ik heb gezegd, maar het is goed gegaan, er zijn geen rampen gebeurd.

U zet angststoornissen in een historische context. Leven Amerikanen in een angstige samenleving?

Elk tijdperk ziet zichzelf als het meest angstige ooit. Of het nu over het heden gaat, over Amerika na de Tweede Wereldoorlog, over de Industriële Revolutie of het einde van het Romeinse Rijk. Er blijken wel bepaalde tijden en bepaalde soorten samenlevingen te zijn die meer angst veroorzaken. En dat zijn net de kenmerken waaraan de Verenigde Staten en Europa nu voldoen. Tijden van overgang – denk aan technologische veranderingen, tijden van sociale verandering – en tijden van onzekerheid – denk aan de huidige economische onzekerheid, terrorismedreiging, wereldwijde klimaatverandering.

Die onzekerheid leidt tot een angstige samenleving, juist door de combinatie met vrijheid, hoe gek het ook klinkt. We hebben een overvloed aan keuzes en vrijheid, zowel sociaal als economisch. Dat is natuurlijk heel goed als je het vergelijkt met het leven onder een totalitair regime. Maar het leidt ook tot een enorme druk om niet de verkeerde keuzes te maken. Met wie zal ik trouwen, welk werk zal ik doen, naar welke universiteit zal ik gaan? In de Middeleeuwen had je meer legitieme redenen om bang te zijn – je kon zomaar aan een ziekte overlijden – maar je had niet zoveel keuze in je leven.

Het kalmeringsmiddel dat u gebruikt, wordt 50 miljoen keer per jaar voorgeschreven in de Verenigde Staten. Hoe zou de Amerikaanse samenleving eruit zien zonder deze tranquillizers?

Daar maak ik me zorgen over. Wat zegt het over de maatschappij dat we die medicijnen nodig hebben? En daarbij; we weten niet wat de gevolgen op de hersenen zijn op de lange duur. Veranderen deze geneesmiddelen onze persoonlijkheden op een subtiele manier en heeft dat effect op de samenleving?

Ik kan alleen voor mezelf praten. Mijn medicijnen – benzodiazepines, zoals Xanax – zijn als een magische talisman voor me. Ik heb ze altijd bij me in mijn broekzak. Als het mis gaat, neem ik er één, en dan nog meer tot het werkt. Soms verdoven ze me, en soms ga ik knock out, maar ze onderdrukken de angst. Wat als mijn medicijnen niet meer voor me werken? Of wat als er een oorlog komt of een medicijnentekort? Ik ben er zo afhankelijk van, ik zou afkickverschijnselen krijgen. Misschien zou ik het trekken, maar ik ben bang van niet. Dat zou doodeng zijn.

In het Nederlands kennen we maar één woord voor angst. U maakt onderscheid tussen fear en anxiety, bang zijn en angstig zijn. Wat is het verschil?

Een aantal jaar geleden werd ik ‘s ochtends wakker van een onweersstorm. Ik was alleen thuis en opeens ontploften de ramen van de slaapkamer. Toen ik naar beneden rende kwam het plafond in de keuken naar beneden. Er was een tornado in onze achtertuin geland, drie bomen vielen op het huis. Ik rende naar de kelder en opeens dacht ik: zo voel ik me altijd als ik een paniekaanval heb. Maar nu is het een passende reactie, ‘fear’.

Freud maakt het onderscheid tussen normale en neurotische angst. Één van Freuds aanhangers omschreef het zo: als je kind een pukkel heeft, en je denkt dat het overlijdt aan kanker – dat is neurotische angst. Maar als je kind kanker heeft, en je bent bang dat het overlijdt, dat is normale angst.

In uw boek schrijft u over veel geniale mensen die aan angsten leden. Is er ook iets positiefs aan een angstige inslag?

Er is bewijs dat mensen met een angststoornis een levendiger fantasie hebben, wat slecht is omdat ze de worst case scenario’s voor zichzelf uitdenken, maar goed omdat het tot creativiteit leidt. Mijn therapeuten zeggen altijd dat ze opvallend veel juristen onder hun angstige en ongelukkige patiënten hebben. Dat zijn vast goede advocaten omdat ze zich de slechtst denkbare uitkomst voor hun cliënten voorstellen. Maar als de angst excessief is en je maakt je de hele tijd zorgen, als het irrationeel is en je hebt er geen controle over, dan is het niet effectief.

Voor mezelf kan ik het niet met zekerheid zeggen. Wat als alles wat ik door mijn angst met me meedraag, als dat allemaal in een klap zou verdwijnen? Zou ik dan minder fantasie hebben? Zou ik dan sociaal minder goed afgestemd zijn op mijn omgeving? Ik zou het jammer vinden om die dingen op te geven. Maar als het zou betekenen dat ik me minder zorgen zou maken en niet meer zou lijden aan paniekaanvallen, dan zou ik daar toch voor kiezen. Het is een interessante ruil, maar onmogelijk. Want niemand biedt aan om mijn angst weg te nemen.

Al in de jaren 50 was er een explosie in de verkoop van kalmeringsmiddelen. Uw boek wordt nu gezien als een ‘coming out’. Wat is er in die tussenliggende jaren gebeurd?

Aan psychische problemen kleeft nog steeds schaamte en stigma, helemaal als het over mannen en angststoornissen gaat. Ik denk dat het te maken heeft met de sociale vooroordelen over mannelijkheid, over dapper en laf zijn. Vrouwen krijgen veel vaker de diagnose angststoornis dan mannen. Ik denk dat dat komt omdat vrouwen makkelijker om hulp vragen. De percentages voor alcoholisme zijn onder mannen weer hoger. Wie weet hebben mannen en vrouwen evenveel last van angststoornissen maar behandelen mannen zichzelf, met alcohol en drugs.

U draagt uw boek op aan uw kinderen: ‘in de hoop dat het jullie bespaard blijft’. Wat bedoelt u daarmee?

Mijn uiteindelijke conclusie is dat angst een sterke genetische component heeft. Ik heb het gekregen van mijn moeder. Vroeger dacht ik dat dat kwam door hoe ze me opvoedde. Daarom heb ik zelf altijd geprobeerd mijn angststoornissen voor mijn kinderen te verbergen. Maar wat gebeurt er? Mijn dochter ontwikkelt precies dezelfde fobie voor overgeven als ik, op precies dezelfde leeftijd. Mijn vrouw en ik stonden versteld. Hoe kan dit? Misschien heb ik het onbewust aan haar doorgegeven, maar ik ben ervan overtuigd dat zoiets specifiek genetisch bepaald kan zijn.

Mijn zoon heeft die fobie niet, maar hij denkt wel negatief, we noemen het zijn ‘zorgelijke brein’. Zowel mijn dochter als mijn zoon hebben therapie gekregen. Ik heb uit onderzoeken begrepen; hoe eerder je zulke gedachtepatronen corrigeert, hoe groter de kans is dat het verandert als ze ouder worden. Inmiddels is angst wel een gespreksonderwerp geworden hier thuis. Mijn zoon maakte vorige week een grap: ‘Papa, als je beter wordt, moet je naar alle boekwinkels en je boek terugnemen. Dan moet je zeggen dat het niet meer klopt, dat je tijdperk van angst voorbij is.’

Hoe hield u de angststoornis verborgen voor uw gezin?

Als ik een paniekaanval krijg, of ik word fobisch over mijn buik, dan loop ik van ze weg. Dat doe ik ook als ik angstig word op mijn werk. Ik probeer ervoor te zorgen dat je aan de buitenkant niet de kwellingen ziet die ik vanbinnen voel. Dat lukt soms, dan trilt alleen mijn stem. Maar soms is het te overweldigend en begin ik helemaal te trillen. Dan moet ik het kantoor uitrennen; rustig worden in de auto, langs de rivier wandelen, pillen slikken of alcohol drinken.

Veel mensen met een angststoornis zijn goed in het verbergen. Ik ben zelf verbaasd hoeveel mensen bij mij ook niets doorhadden. Deel van de angst is juist dat je het gevoel hebt om dwangmatig de angst te verbergen, en dat je een imago van zelfvertrouwen en competentie moet uitstralen. Dat geeft een enorme kloof met hoe kwetsbaar je je vanbinnen voelt. Dat imago-management is deel van de angst.

Bent u die drang om het te verbergen kwijt na het schrijven van dit boek?

Ja, dat is wel beter geworden. Ik heb mijn verhaal gedeeld met de wereld en de wereld is niet vergaan. De wereld behandelt me niet eens anders, en dat is therapeutisch. Ik loop al 34 jaar lang met de diagnose rond, sinds ik 10 was, en behalve familie en een paar vrienden wist niemand het. Ik heb genoeg vrienden die openlijk praatten over hun medicijngebruik. Dan zat ik erbij te knikken, maar ik zei niks. Ik dacht dat mensen het wel doorhadden, maar blijkbaar was ik erg goed in het verbergen. Maar waar ik altijd het meest bang voor was, dat ze erachter zouden komen hóe nerveus ik was, dat is al gebeurd door dit boek.

Scott Stossel (44) is redacteur voor het Amerikaans tijdschrift The Atlantic. Hij schreef eerder een biografie over Sargent Shriver, een politicus en diplomaat. Aan het begin van dit jaar verscheen in de VS My Age of Anxiety, een boek over zijn leven met depressie en angststoornissen. Scott Stossel woont in Washington. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen (7 en 10 jaar).

Scott Stossel: Mijn tijdperk van de angst | Oorspronkelijke titel: My Age of Anxiety, Fear, Hope, Dread and the Search for Peace of Mind | Paperback | ca. 448 pag. |

ISBN 978 90 234 8449 3 | ca. € 29,90 – Ook verkrijgbaar als e-book